Invaliditeit, een steeds vaker voorkomend risico

Invaliditeit. Het begrip doet misschien denken aan een beperking om mee door het leven te gaan, maar het is de officiële benaming voor de situatie van wie als werknemer of zelfstandige meer dan een jaar arbeidsongeschikt is, en daarom een uitkering ontvangt van de mutualiteit.

Voor wie dagelijks actief is, lijkt dat misschien veraf te staan, maar uit de cijfers blijkt dat steeds meer Belgen ‘invalide’ of langdurig arbeidsongeschikt zijn.

Eind 2016 zaten 391.690 mensen langdurig ziek thuis, van wie iets meer dan 367.000 werknemers en 24.500 zelfstandigen.

Diverse oorzaken

De redenen van die sinds jaren continue stijging zijn divers, en zijn zowel maatschappelijk te verklaren als door genomen politieke beslissingen.

Er is een logische verklaring, door de toename van de actieve bevolking. Meer werkende mensen betekent dat ook meer mensen arbeidsongeschikt kunnen worden. Ook de vergrijzing speelt een rol. Oudere werknemers blijken immers vaker en langer ziek te zijn.

Zeer specifieke redenen zijn te vinden bij de oorzaken van de langdurige ziekte: het exploderende aantal psychische aandoeningen zoals burn-out en depressie heeft enorm bijgedragen tot de stijging.

Eind 2016 waren 133.760 mensen, of zowat 1 op 3 van de invaliden, ziek door psychische problemen. Dat is een verdubbeling in tien jaar tijd. Daarnaast zijn spier- en gewrichtsaandoeningen, vooral rug- en nekklachten, een belangrijke oorzaak voor langdurige afwezigheid. Ook dat cijfer verdubbelde in tien jaar tijd, tot 118.500 mensen eind 2016. 

Een andere reden van de stijging is dat de verschillende laatste regeringen het moeilijker gemaakt hebben om via een andere weg de arbeidsmarkt te verlaten: de pensioenleeftijd voor vrouwen is sinds 2009 opgetrokken tot die van mannen, en de mogelijkheden om met vervroegd pensioen te gaan en - voor werknemers - met SWT (brugpensioen), zijn beperkter dan vroeger.


Een financieel risico

Dat zorgt voor steeds meer overheidsuitgaven voor de post uitkeringen, maar langdurige arbeidsongeschiktheid is natuurlijk ook een financieel probleem voor jezelf. Het inkomensverlies kan bij langdurige ziekte nog meer bedragen dan tijdens het eerste jaar van de arbeidsongeschiktheid, waar u op 60 % van een (begrensd) loon terugvalt (lees meer hierover). Uw vervangingsinkomen, wanneer u werknemer bent, zal vanaf het 2e jaar terugvallen op 55 % (als u alleenstaand bent) of zelfs op 40 % van uw loon (als u samenwoont). Alleen als je je partner ten laste hebt, kan het toegepaste percentage  licht stijgen tot 65 %.

Ben je samenwonend met een iets meer dan gemiddeld maandloon, bijv. 3.633 EUR (het bedrag tot waar  de mutualiteit tussenkomt)? Dan bedraagt uw loonverlies in het eerste jaar al 17.439 EUR. Vanaf het tweede jaar, en mogelijk jaarlijks tot de pensioenleeftijd bij een blijvende invaliditeit, bedraagt het al 26.158 EUR per jaar. Als u meer verdient lopen de verliespercentages en bedragen alleen maar op. Dat is het geval voor 1 op 3 werknemers.

Bent u samenwonend en zelfstandige, dan is de situatie nog minder rooskleurig. Hier is er helemaal geen verband met het beroepsinkomen, maar wordt een forfaitair bedrag van 929 EUR per maand uitgekeerd.


Verzeker je van een maximale tegemoetkoming

Zich verzekeren tegen dat inkomensverlies is dan ook geen overbodige luxe. Ook een langdurige ziekte kan immers iedereen vroeg of laat overkomen. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block waarschuwde in De Standaard al dat de stijgende uitgavencurve voor langdurig zieken helemaal ombuigen, nooit zal lukken: 'Er zijn nu eenmaal  meer chronisch zieken door de verouderende bevolking én de vooruitgang in de geneeskunde. We kunnen nu ziektes overwinnen die vroeger dodelijk waren.

De kans is bovendien reëel dat arbeidsongeschiktheid als uitweg uit de arbeidsmarkt zal blijven aangewend worden. De regels over vervroegde pensionering worden immers ook de komende jaren alleen maar aangescherpt. Want tenzij je op 16 of 18 jaar beginnen werken bent, zul je vanaf 2019 ten vroegste met pensioen kunnen vanaf 63 jaar. En dat na een loopbaan van minstens 42 jaar.

Ook maatregelen van de regering die pas in de nog verdere toekomst uitwerking hebben, kunnen leiden tot meer arbeidsongeschiktheden. In 2025 en 2030 stijgt de wettelijke pensioenleeftijd tot respectievelijk 66 en 67 jaar. Je doet er dan ook goed aan bij het onderschrijven van een arbeidsongeschiktheidsverzekering de waarborg te laten lopen tot de pensioenleeftijd die effectief voor jou persoonlijk van toepassing zal zijn. Voor iedereen geboren vanaf 1964 wordt dat 67 jaar.