Uw schuldsaldoverzekering op uw belastingaangifte?

De zoektocht naar de ideale woning kan vaak lang duren en veel tijd in beslag nemen. Daarna staat meestal ook nog de zoektocht naar de beste lening te wachten. Bij die keuze van de leningsformule zal ook de schuldsaldoverzekering (ssv) ter sprake komen. Die mag dan wel niet wettelijk verplicht zijn, vaak verplicht de bank ze wel, om te lening te kunnen verkrijgen. En zelfs zonder verplichting is het doorgaans aangewezen het risico Overlijden te dekken, om de partner of kinderen niet in financiële problemen te brengen na een overlijden.

Met alle keuzes die al gemaakt moeten worden bij het zoeken van de woning en de lening, hoeft het niet te verbazen dat er weinig tijd of interesse overblijft om zich met de fiscaliteit van de genomen ssv bezig te houden. Nochtans is de keuze die u bij het begin maakt vaak definitief en bepalend voor de later mogelijk te betalen belastingen als u zou overlijden.  Het loont dus de moeite ook daar toch nog even bij stil te staan.

Wat betekent de ssv voor uw belastingaangifte?

In de periode waarin we allemaal onze belastingaangifte ingevuld hebben, valt het nog eens op: de wetgever heeft de woningfiscaliteit, inclusief die van de premies van de ssv, behoorlijk ingewikkeld gemaakt. In Vlaanderen en Brussel  zijn er 12 codes waar de premie van een ssv ingebracht kan worden, in Wallonië zelfs 14. Vele daarvan dateren uit het verleden en zijn enkel van toepassing op al langer lopende leningen en ssv.
Voor wie vandaag een woning koopt en een ssv neemt, beperken de mogelijkheden zich gelukkig.  Er blijven namelijk drie mogelijkheden over waar u uw ssv kunt inbrengen.

  1. Woonbonus  – geen voordeel?
    In Vlaanderen of Wallonië kan wie leent voor zijn eigen woning de premie van de ssv inbrengen in het vak van de Vlaamse geïntegreerde woonbonus (GWB) (aangiftecodes 3335 of 4335) of de Waalse Chèque habitat (CH) (aangiftecodes 3339 of 4339). De maximale bedragen waarop men een voordeel kan genieten zijn echter zo beperkt dat met een gemiddelde lening alleen de kapitaalaflossingen en interesten van de lening al ruimschoots zorgen voor een fiscale optimalisatie. De premie van de ssv in dit vak inbrengen zou geen euro voordeel extra geven. Integendeel, door het inbrengen ervan wordt bij een overlijden de begunstigde belast. Het principe is immers dat wie fiscaal voordeel geniet, ook belast wordt bij uitkering.

    In Brussel is geen specifiek voordeel meer voorzien voor de lening voor een eigen woning en de bijhorende ssv.
     
  2. Pensioensparen 
    De premie kan ook  ingebracht worden in het fiscale vak van het Pensioensparen (aangiftecodes 1361 of 2361). Dat systeem wordt dan niet benut om een pensioenkapitaal op te bouwen, maar puur voor het fiscale voordeel op de premie van de ssv. Dat levert zeker een fiscaal voordeel op: 30 % voor premies tot € 960 of 25 % voor premies boven € 960 tot maximaal € 1.230. 
    Ook hier moet men rekening houden met een belasting als de verzekerde overlijdt. Die bedraagt 8 % van het openstaande kapitaal. 
     
    Nadelen van deze keuze zijn dat u voor de periode van de premiebetaling van de ssv het Pensioensparen dus niet kunt benutten voor de opbouw van pensioenkapitaal. Dat kan echter wel als u de ssv integreert binnen een spaarplan, waardoor u ook de fiscale mogelijkheden van het Pensioensparen optimaal kunt benutten. U betaalt dan de maximale premie van € 960 of € 1.230. Die dient deels voor de dekking Overlijden en met de rest bouwt u een kapitaal op.
     
  3. Langetermijnsparen – tweede woning
    Een derde en laatste vak op de aangifte waar de premie van de ssv kan worden ingebracht is dat van het Langetermijnsparen (aangiftecodes 1353 of 2353). Deze mogelijkheid is bedoeld voor wanneer de lening niet voor de eigen woning dient, maar bijv. voor een verhuurappartement. Dan is de GWB of CH niet van toepassing en is naast Pensioensparen ook dit vak Langetermijnsparen mogelijk. Dat levert ook zeker een fiscaal voordeel op van 30 % voor premies tot € 2.310.
    Ook hier moet u rekening houden met de belasting van de begunstigde bij een overlijden. Net als bij Pensioensparen kunt u de ssv combineren met een spaarplan en zo het Langetermijnsparen optimaliseren.

Periodieke betaling of enige premie?

Tot hier gingen we uit van een ssv waarbij periodieke premies worden betaald. Conclusies zijn dat een fiscaal voordeel doorgaans niet mogelijk is binnen de GWB, maar wel mogelijk is binnen het Pensioen- en Langetermijnsparen.
De conclusies moeten wel wat bijgestuurd worden voor wie leent in het begin of op het einde van het jaar. Start je lening in het begin of op het einde van het jaar?
  • Wie op het einde van het jaar leent, zal slechts één of enkele maandaflossingen moeten doen, waardoor de fiscale korf van de GWB mogelijk nog wat ruimte overlaat voor een premie ssv. Daar kan dan een enige premie worden ingebracht die recht geeft op het fiscale voordeel. Dat is dan meteen meegenomen. U kiest in dat geval dus niet voor periodieke premies.
  • Wie in het begin van het jaar leent, maar dat op het einde van het voorgaande jaar al weet en de kenmerken van de lening kent, kan ook een ssv met enige premie aangaan, die dan in het Langetermijnsparen wordt ingebracht.
In beide gevallen loont het wellicht de moeite eenmalig de volledige premie in te brengen. Het fiscaal voordeel zal ineens verworven zijn en dat op een merkelijk hoger bedrag, terwijl dat bij periodieke premies slechts geleidelijk aan gebeurt.
 
Leen je op een ander moment en geniet je dus niet de voordelige gevolgen van lenen rond de jaarwisseling? En kies je ervoor de  ssv met periodieke premies te betalen? Weeg dan goed af of het fiscaal voordeel van 25 % of 30 % zoals beschreven bij mogelijkheid 2 hierboven op een eerder beperkte periodieke premie opweegt tegen de mogelijke belasting van het uitbetaalde kapitaal bij overlijden. 

De meerderheid overleeft de periode van de lening

Uiteraard overleeft de grote meerderheid van alle verzekerden de periode van de lening en van de ssv en is er geen enkele belasting verschuldigd. Wie fiscaal optimaliseren belangrijk vindt, kan dat dus zeker.
Wie alle risico op belasting bij zijn overlijden wil vermijden, laat het fiscaal voordeel misschien beter vallen. De ssv kan immers ook ‘niet-fiscaal’ worden aangegaan. Er is dan geen fiscaal voordeel,  maar ook geen enkele belasting bij overlijden (de erfbelasting laten we even buiten beschouwing).

Met het ‘niet-fiscale’ type erbij heeft iedere burger dus 4 mogelijkheden om de ssv die de lening van een woning dekt een ‘fiscaal statuut’ te geven.


Benieuwd naar wat voor jou de beste optie is? Praat erover met je bemiddelaar!