Wij maken deel uit van de Helvetia Baloise Group
FR
Blogs

Kan ik pensioen tweede pijler combineren met de derde pijler? En wat met de andere pijlers van pensioen?

21 oktober 2026
Eerste pijler, tweede pijler, derde pijler, vierde pijler, ... Het klinkt een beetje alsof je een ingewikkelde handleiding voor je pensioen moet doorploegen. Maar eigenlijk zijn die pijlers gewoon verschillende manieren om inkomen voor later op te bouwen. Sommige bouw je automatisch op tijdens je loopbaan, voor andere neem je zelf het initiatief. En de grote vraag die veel Belgen zich stellen: moet je tussen die pijlers kiezen, of kun je ze combineren? 
Eerste pijler: het wettelijk pensioen

De eerste pijler is het pensioen dat je opbouwt via de overheid tijdens je loopbaan. Werk je als werknemer, zelfstandige of ambtenaar? Dan bouw je automatisch rechten op voor een wettelijk pensioen zodra je werkt en sociale bijdragen betaalt.
Hoeveel je later ontvangt, hangt onder andere af van:

  • je loopbaanduur;
  • je inkomen;
  • je statuut.

Dit betekent dat de eerste pijler voor bijna iedereen de basis van het pensioen vormt.
Alleen volstaat die basis niet altijd om dezelfde levensstijl aan te houden als tijdens je actieve carrière. Daarom bestaan er nog andere pensioenpijlers.

Tweede pijler: aanvullend pensioen via je werk

De tweede pijler bestaat uit aanvullend pensioen dat gekoppeld is aan je beroepsactiviteit.
Ben je werknemer? Dan bouw je soms ook aanvullend pensioen op via je werkgever, bijvoorbeeld via een groepsverzekering of pensioenfonds. Of dat voor jou het geval is, hangt af van de pensioenregeling binnen je bedrijf.
Ben je zelfstandige? Dan bestaan er verschillende manieren om aanvullend pensioen op te bouwen, zoals:

  • een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ);
  • een Individuele Pensioentoezegging (IPT) voor zelfstandige bedrijfsleiders;
  • een Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ).

Concreet houdt dat in dat er tijdens je loopbaan extra kapitaal wordt opgebouwd bovenop je wettelijk pensioen. Daarbij gelden wel wettelijke grenzen voor hoeveel pensioen je via deze pijler fiscaal voordelig kunt opbouwen. (Die grenzen worden bepaald door de zogenaamde 80 %-regel). De precieze mogelijkheden hangen af van je statuut, je beroepssituatie en de pensioenregeling die van toepassing is. 

Derde pijler: individueel pensioensparen

Laten we het even illustreren met een voorbeeld:
Stel dat je tegen het einde van het jaar al 900 euro hebt gestort binnen de formule van 1.050 euro. Dat levert je een belastingvermindering op van 270 euro. Door nog 150 euro extra te storten, bereik je het volledige bedrag van 1.050 euro en loopt je fiscale voordeel op tot 315 euro. Een beperkte bijstorting kan je dus nog 45 euro extra belastingvoordeel opleveren.

Het loont dus om niet alleen naar je maandelijkse storting te kijken, maar ook naar het totaalbedrag dat je op jaarbasis hebt opgebouwd. Een korte check kan volstaan om te zien of je nog actie kunt ondernemen vóór het einde van het jaar.

Twijfel je welke formule het best aansluit bij jouw situatie? Of wil je weten of een bijkomende storting voor jou interessant kan zijn? Je makelaar bekijkt graag samen met jou hoeveel je al hebt gestort en hoe je het fiscale voordeel van je pensioensparen optimaal kunt benutten.

Vierde pijler: vrij sparen en beleggen voor later

De vierde pijler omvat alle vormen van vermogensopbouw die buiten het klassieke pensioenkader vallen. Anders dan bij de derde pijler zijn hier geen specifieke pensioenformules of fiscale voordelen aan verbonden. 
Denk bijvoorbeeld aan:

  • spaargeld op een spaarrekening;
  • beleggingen in fondsen of aandelen;
  • je gezinswoning (als eigenaar), een tweede verblijf of investeringsvastgoed;
  • andere financiële reserves die je opbouwt. 

De vierde pijler draait dus niet om een specifiek pensioenproduct, maar om vermogen dat je zelf opbouwt en later kunt inzetten wanneer je met pensioen gaat.

Kun je de verschillende pensioenpijlers combineren?

Ja. En eigenlijk is dat net hoe het Belgische pensioensysteem werkt. De verschillende pensioenpijlers zijn geen aparte vakjes waaruit je er eentje moet kiezen. Ze vullen elkaar aan en kunnen naast elkaar bestaan. De eerste pijler, het wettelijk pensioen, bouw je automatisch op tijdens je loopbaan als werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Daarvoor hoef je dus geen bewuste keuze te maken. Zodra je werkt en sociale bijdragen betaalt, bouw je pensioenrechten op. Vanaf de tweede pijler krijg je meer mogelijkheden om je pensioen verder aan te vullen. Afhankelijk van je professionele situatie kun je bijkomend pensioen opbouwen via de tweede pijler, zelf sparen via de derde pijler en daarnaast ook een reserve opbouwen via de vierde pijler. 

Het goede nieuws? Je hoeft niet te kiezen tussen die pijlers. Ze kunnen perfect naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen. Je kunt dus één, meerdere of zelfs alle vier de pensioenpijlers tegelijk hebben. Welke combinatie voor jou het meest aangewezen is, hangt af van je persoonlijke situatie, je budget en je plannen voor later.
 

FAQs
Kan ik als werknemer een tweede pijler en derde pijler tegelijk hebben?

Ja. Een groepsverzekering of aanvullend pensioen via je werkgever verhindert niet dat je individueel aan pensioensparen doet.

Heb ik automatisch een tweede pijler?

Niet altijd. Dat hangt af van je werkgever, sector of beroepssituatie.

Welke pensioenpijler is het belangrijkst?

Elke pijler vervult een andere functie. In België vormt het wettelijk pensioen de basis, terwijl de andere pijlers kunnen helpen om extra financiële reserves op te bouwen.

Wat als mijn werkgever geen groepsverzekering aanbiedt?

Dan kun je nog altijd zelf extra pensioen opbouwen via de derde pijler, bijvoorbeeld via pensioensparen of langetermijnsparen. Daarnaast kun je ook vermogen opbouwen via de vierde pijler.

Kan ik als zelfstandige ook gebruikmaken van de derde pijler?

Ja. Naast oplossingen binnen de tweede pijler, zoals een VAPZ, IPT of POZ, kunnen zelfstandigen ook aan pensioensparen of langetermijnsparen doen via de derde pijler.

 

 

Je onderneming opnieuw uitvinden: hoe Blombarts inspeelt op verandering